In deze blog lees je:
- Wat Intermittent Fasting precies is
- Waarom IF geen magisch dieet is
- Wanneer IF rust kan geven
- Waarom IF bij stress juist cravings kan versterken
- Hoe vasten invloed kan hebben op honger en cortisol
- Waarom restrictie vaak leidt tot drang, overeten en schaamte
- Wanneer IF een rode vlag wordt
- Wat je beter kunt doen als je steeds doorslaat
Wat is Intermittent Fasting eigenlijk?
Tegenwoordig vliegt het om je oren. De adviezen om ook aan Intermittent Fasting (IF) te doen, omdat het zo gezond voor je zou zijn.
Maar is dat wel zo? En wat is Intermittent Fasting?
In deze blog laat ik je zien waarom IF bij de een rust geeft, maar bij de ander juist cravings, stress en overeten kan versterken.
Intermittent Fasting betekent dat je periodes van eten afwisselt met periodes waarin je niet eet. Dat kan op verschillende manieren. De bekendste vorm is waarschijnlijk 16:8. Dan vast je 16 uur en eet je binnen een periode van 8 uur, bijvoorbeeld van 12:00 tot 20:00.
Andere vormen zijn bijvoorbeeld 18:6, OMAD waarbij je één maaltijd per dag eet, of dagen waarop je veel minder calorieën eet.
In de basis is Intermittent Fasting dus geen magisch dieet. Het is vooral een tijdsstructuur. Je zegt niet per se wát je eet, maar vooral wanneer je eet.
En daar zit meteen het interessante punt.
"Intermittent Fasting zegt niet per se wát je eet, maar vooral wanneer je eet."
Waarom IF op papier logisch klinkt
Want op papier klinkt dat simpel. Je eet gewoon wat later, of je eet minder vaak of je creëert misschien automatisch een calorietekort, waardoor je afvalt. Maar gedrag rondom eten werkt niet alleen op papier.
Het speelt zich af in een lichaam, in het hoofd, in het zenuwstelsel en in een leven vol stress, slaaptekort, schaamte, werkdruk, emoties en oude dieetervaringen.
En precies daar kan Intermittent Fasting ingewikkeld worden.